.
Voetbal- en opleidingsvisie
“Willen winnen, maar kunnen verliezen”
- KFC Moerbeke wil een vereniging zijn die op lokaal EN provinciaal niveau een sociale rol speelt voor alle kinderen die interesse hebben voor de voetbalsport.
- Onze uiteindelijke doelstelling bestaat eruit om zoveel mogelijk talent dat verborgen zit bij onze jonge helden te ontwikkelen. Centraal staan: een gedegen opvoeding aanbieden, een goed contact met de ouders die verwacht worden hun kinderen te stimuleren om aanwezig te zijn een om deel te nemen aan alle activiteiten.
- Verschillende trainers zijn geslaagd in de BLOSO-opleiding Initiator Voetbal en/of Instructeur B. Andere trainers volgen kortlopende stages of zijn vanuit hun studies of beroep met sport en voetbal bezig. Spreek met de trainer van uw kind, u doet dat ook met de leerkracht op school.
- Kinderen en jongeren iets bijbrengen kost tijd en vraagt veel geduld. Laat ze aub groeien EN help ze groeien! Geef ze de kans iets op te steken door eens op een andere positie te spelen in de ploeg en geef ze de kans om fouten te maken!
- Uw hulp als ouder/grootouder is van groot belang bij het bereiken van onze gezamenlijke doelstellingen. Wij rekenen op een optimale samenwerking met onze trainers en afgevaardigden. Een aangename groepsgeest is sterker dan “winnen” of “verliezen”!
- Die vooruitgang die een ploeg en zijn spelers maken is veel belangrijker dan het klassement en de winst van een wedstrijd. De wedstrijden beschouwen wij als een verlengstuk van de training! De zoete smaak van de overwinning is natuurlijk leuk MAAR alle weken beter worden nog leuker! En dit kan ook als je een match verliest.
- Vanaf de U6 wordt de nadruk gelegd op het uitvoetballen van achteren uit. De keeper mag de bal niet vanuit de handen uittrappen, maar legt die op de grond en zoekt een vrijstaande medespeler (liefst een vleugelspeler). Vandaar wordt een aanval opgebouwd. Een doelpunt dat gescoord wordt nadat de keeper de bal vanuit de hand uittrapt, biedt geen enkele voetballende meerwaarde. KFC Moerbeke biedt de tegenstanders ook de kans om van achteruit op te bouwen. Druk zetten op de verdediging van de tegenstanders bij de categorieën U6 tot en met U11 is uit den boze.
- Bij de jeugdploegen van KFC Moerbeke streven onze trainers ernaar om minstens één doelpunt meer te scoren dan de tegenpartij. De spelers worden gestimuleerd om aan te vallen en doelpunten te maken. Het zelf incasseren van doelpunten hoort daar bij. Wie aanvallend speelt, krijgt ook wel doelpunten binnen. Kinderen moeten plezier beleven aan het spel. Wat is plezanter dan een doelpunt maken?
- Bij de onderbouw van KFC Moerbeke worden de spelers gestimuleerd om acties te maken. Kinderen van die leeftijd moeten leren om te dribbelen. Passen geven zullen ze in hun latere voetbalcarrière nog genoeg moeten doen. Door zelf een actie te maken, leert het kind zoeken naar oplossingen. In het leerproces leren we onze spelers eerst dribbelen en pas in een later stadium integreren we de medespeler en leggen we het accent op de korte passing.
Spelsysteem & veldbezetting
Afhankelijk van de leeftijdscategorie opteert KFC Moerbeke bij de jeugd voor volgende veldbezettingen:
- U6 / U7 / U8 / U9 (K+4 / 4 +K): ruitvorm volgens het “vliegtuigje” à doelman, staart, linker- en rechtervleugel, piloot.
- U10 en U11: dubbele ruit: doelman, rechter- en linkerflankverdediger, centrale verdediger, centrale middenvelder, rechter- en linkerflankaanvaller, centrumaanvaller.
- Vanaf U13: 1-4-3-3-spelsysteem
9
11 7
10
8 6
5 4 3 2
1
Basistaken bij balbezit:
Positie 1:
- bij balbezit positie op de 16 m-lijn
- snelheid in opbouw
- bij inspelen 3 of 4 meelopen in de richting van de bal
- snelheid in de opbouw
Positie 2 en 5:
- bij opbouw diep en breed uitlopen
- ruimte houden voor diepe bal naar 7 of 11
- voor 3 en 4 blijven
- opbouw zoeken naar 9
Positie 3 en 4:
- centrum bemannen
- naast elkaar in de opbouw
- coachen van medespelers
Positie 6 en 8:
- ruimte maken voor diepe bal
- altijd achter de bal aanbieden
- ruimte maken voor 10
- in centrum spelen
Positie 7 en 11:
- veld breed en diep maken of houden
- bal aan de buitenkant aannemen
- vooractie maken achter rug tegenstander
- actie naar goal gericht
- kaatsen met 10
Positie 9:
- diep aanspeelbaar zijn
- vooractie maken om aanspeelbaar te zijn
- doelgerichte actie maken
- communiceren met 10
Positie 10 :
- ruimte maken voor de diepe bal
- kaats aangaan met 9
- moment van kaats kiezen
- ruimte achter 9 bespelen
Basistaken bij balverlies:
Positie 1:
- bij balbezit tegenpartij op middenlijn 16m gaan staan
- coachen van 2 en 5
Positie 2 en 5:
- verantwoordelijk voor (ruimte)dekking
- rugdekking 3 en 4 geven
- naar binnenkomen bij bal aan de overkant
Positie 3 en 4:
- oppakken diepe spits
- coachen team
- instappen als 6 en 8 uitgeschakeld zijn
- altijd in centrum zijn
- rugdekking 2 en 5 verlenen
Positie 6 en 8:
- in het centrum de gevaarlijkste man oppakken
- schuin achter elkaar spelen
- controlerend spelen
- modereren ( bepalen welke speelvlaktes er gebruikt worden)
Positie 7 en 11:
- naar binnen komen als de bal aan de andere kant is
- recht op de man met de bal lopen
- lange bal eruit halen, moment van storen kiezen
Positie 9:
- recht op de man met de bal lopen
- lange bal eruit halen
- opjagen
Positie 10:
- lange bal eruit halen
- ruimte achter 9 bespelen
- zorgen dat de tweede of derde bal wordt gewonnen
Zonevoetbal
Alle jeugdploegen zullen een systeem spelen, gebaseerd op het “zonevoetbal”. Achteraan opteren we voor een lijnverdediging zonder libero. Dit impliceert dat alles in functie van de bal gebeurt en niet van de rechtstreekse tegenstrever en dat de spelers de ruimte kunnen bespelen. Tevens betekent dit dat er minder nutteloze inspanningen gebeuren.
De tegenstander wordt niet blind gevolgd. Het systeem legt meer de nadruk op verzorgd combinatievoetbal dan op kracht en werkvoetbal. Theoretische benadering van spelsysteem:
A) Verdedigend
Volledig gebaseerd op het zonespel. We werken in de opbouw in twee fasen:
- terugplooien en de tegenstrever opvangen
- hoog spelen op één lijn met pressie op de bal en wegnemen ruimte bij lange bal
Praktische uitwerking van het spelsysteem:
1) VOLLEDIGE PLOEG:
- Alle te verdedigen zones zijn bezet.
- Alles gebeurt in functie van de bal:
► verdedigend toeslaan wanneer de bal los van de tegenstrever is
► geen onnodige tackles ( slechts bij 100% zekerheid)
► de speler aan de bal verplichten van ongevaarlijke laterale passen te geven of te passen naar de zwakste speler.
- Met de tegenstrever zonder bal wordt ook rekening gehouden door de speelhoek af te sluiten:
► een goede anticipatie zorgt voor veel intercepties van de bal
- Niet werkende vleugel schuift naar binnen, zowel middenveld als verdediging
- Het onderling coachen is van levensbelang:
►wie valt balbezitter aan,
► wie geeft dekking,
► wie neemt over.
► Het coachen door de keeper en de centrale verdediger primeert.
Eerste fase:
- de ploeg plooit terug,
- verkleint de ruimte en valt de speler met de bal aan vanaf de middenlijn
- spitsen nemen positie in zodanig dat de tegenstander in de opbouw naar de flanken geduwd wordt
- de tegenstander uit de 16m houden
Tweede fase:
- de ploeg speelt hoog
- met verdedigende linie en middenveld kort bij elkaar als één blok en met een doelman die voor zijn doel speelt;
- pressie op de balbezitter als de bal zich op de flank bevindt
- wegnemen van ruimte achter de verdediging bij lange ballen
2) VERDEDIGING:
- Doelman verhindert kansen door zo ver mogelijk voor doel te spelen met het oog op het intercepteren van dieptepassen.
- Iedere verdediger verdedigt zijn zone met onderlinge dekking.
- Niet-werkende vleugel komt naar binnen.
- Flankverdedigers verdedigen de flank en dwingen de aanval naar binnen verder te zetten wanneer er voldoende dekking is. In plaats van te trachten de aanval af te breken door de bal buiten te tackelen, dwingt men de tegenstrever in een situatie waar de balrecuperatie in het spel kan gebeuren en onmiddellijk een tegenaanval kan worden opgezet. Daarnaast is een voorzet van op de flank moeilijker te verdedigen dan een speler die binnendoor komt, waar er voldoende dekking is.
- Zich vooral richten op de 2e of 3e pas van de tegenstrever om die te onderscheppen.
- Wanneer de tegenstander met 2 centrale spitsen speelt, geven de flankverdedigers rugdekking aan de centrale spelers.
- Geen onnodige overtredingen rond het 16m gebied.
- Indien in de aanval: dicht bij de middenlijn en kort aansluiten bij de verdediging, systematisch buitenspel, meewerken in de pressie, ruimte wegnemen achter de verdediging bij lange bal door wegvluchten op eigen helft met onderlinge dekking.
3) MIDDENVELD:
- Speler dichtst bij de bal solliciteert de balbezitter, indien mogelijk voor hij de bal kan aannemen waardoor hij onder druk moet spelen.
- Glijdende dekking, niet-werkende vleugel komt naar binnen.
- Flankverdedigers sluiten flank af om verre bal te voorkomen.
- Zich niet laten uitspelen: slechts interceptie of tackle bij 100% zekerheid.
- Pressie op de balbezitter, bij voorkeur naar de flanken toe.
- In één blok met de verdediging spelen.
4) AANVAL:
- Eerste stoorzender.
- Inspanningen goed inschatten, niet alleen op de bal jagen.
- Onderling contact houden, positie kiezen in functie van elkaar.
- Axiale opstelling om aanval naar de flanken te duwen.
B) Aanvallend
Hier onderscheiden we twee fasen:
a) gevarieerd flankspel:
- Insnijdbewegingen in combinatie met verrassende dieptepassen.
- Dit betekent geenszins traag spel, integendeel: balvastheid, snelheid van uitvoering en een goede panoramische visie zijn de hoekstenen van de aanvallende automatismen.
b) hoog spel:
- Snel spel op korte ruimte.
- Individuele en collectieve penetratie gebaseerd op deelaspecten van de aanvallende automatismen ( bv 1-2-beweging).
Praktische uitwerking van het spelsysteem:
1) VOLLEDIGE PLOEG:
- Kort combinatiespel langs de grond; lange bal slechts verantwoord bij moeilijkheden achteraan of bij het aanspelen vanuit de verdediging van één van de twee spitsen.
- Spel zo breed mogelijk houden.
- Gevarieerd flankenspel: opkomende flankverdedigers, naar binnenkomende flankmiddenvelders met buitenom gaan van centrale middenvelders.
- Spitsen gaan open om axiale en diagonale insnijdbewegingen mogelijk te maken.
- Efficiënte bezetting van waarheidszone van de tegenstrever: eerste paal, tweede paal en 16 meterlijn.
- Medespelers op de goede voet aanspelen.
- Taakovername en rugdekking bij inschuivende medespeler.
- Verleggen van het spel.
- Onderlinge afstanden van de linies respecteren met een goede afwisseling van lateraal-dieptespel.
2) VERDEDIGING:
- Doelman gebruiken bij verleggen van het spel (= terugspeelbal).
- Maximaal breed open.
- Zuivere passing: geen risico op balverlies.
- Ruimte goed benutten ten opzichte van de spitsen van de tegenstrever.
- Snel verplaatsen van het spel en op het gepaste ogenblik in de diepte via middenveld of loshakende spits.
- Elkaar goed coachen.
- Bij balbezit op andere helft, zoveel mogelijk verdedigend denken, dit in functie van mogelijk balverlies.
3) MIDDENVELD:
- Vrijlopen voor pas vanuit de verdediging of steunen van de aanvallers.
- Niet op één lijn gaan spelen.
- Bij uitschakelen van tegenstrever tempo verhogen.
- Spel verleggen via tussenstations: geen balverlies.
- Het gepaste moment kiezen om in de diepte te spelen.
- Foute laterale pas absoluut vermijden, daarom steeds de bal schuin vooruit of schuin achteruit spelen zodat dekking steeds gewaarborgd is.
- Spelers die niet aan de actie deelnemen, denken steeds verdedigend.
- Bij doorbraak flankspeler tracht de meest offensieve centrale middenvelder ter hoogte van de 16 meterlijn te komen.
4) AANVAL:
- Vooractie maken.
- Loshaken voor pass vanuit de verdediging.
- Breed opengaan om insnijdbewegingen mogelijk te maken.
- Bij doorbraak van flankspeler eerste én tweede paal bezetten (meestal via een wisselbeweging).
- Onderlinge samenwerking is belangrijk: aanvoelen wanneer de ene komt en de andere gaat en de ruimte benutten die vrij komt.
- Risico durven nemen: individuele actie naar doel.
.
Voetbal- en opleidingsvisie
“Willen winnen, maar kunnen verliezen”
- KFC Moerbeke wil een vereniging zijn die op lokaal EN provinciaal niveau een sociale rol speelt voor alle kinderen die interesse hebben voor de voetbalsport.
- Onze uiteindelijke doelstelling bestaat eruit om zoveel mogelijk talent dat verborgen zit bij onze jonge helden te ontwikkelen. Centraal staan: een gedegen opvoeding aanbieden, een goed contact met de ouders die verwacht worden hun kinderen te stimuleren om aanwezig te zijn een om deel te nemen aan alle activiteiten.
- Verschillende trainers zijn geslaagd in de BLOSO-opleiding Initiator Voetbal en/of Instructeur B. Andere trainers volgen kortlopende stages of zijn vanuit hun studies of beroep met sport en voetbal bezig. Spreek met de trainer van uw kind, u doet dat ook met de leerkracht op school.
- Kinderen en jongeren iets bijbrengen kost tijd en vraagt veel geduld. Laat ze aub groeien EN help ze groeien! Geef ze de kans iets op te steken door eens op een andere positie te spelen in de ploeg en geef ze de kans om fouten te maken!
- Uw hulp als ouder/grootouder is van groot belang bij het bereiken van onze gezamenlijke doelstellingen. Wij rekenen op een optimale samenwerking met onze trainers en afgevaardigden. Een aangename groepsgeest is sterker dan “winnen” of “verliezen”!
- Die vooruitgang die een ploeg en zijn spelers maken is veel belangrijker dan het klassement en de winst van een wedstrijd. De wedstrijden beschouwen wij als een verlengstuk van de training! De zoete smaak van de overwinning is natuurlijk leuk MAAR alle weken beter worden nog leuker! En dit kan ook als je een match verliest.
- Vanaf de U6 wordt de nadruk gelegd op het uitvoetballen van achteren uit. De keeper mag de bal niet vanuit de handen uittrappen, maar legt die op de grond en zoekt een vrijstaande medespeler (liefst een vleugelspeler). Vandaar wordt een aanval opgebouwd. Een doelpunt dat gescoord wordt nadat de keeper de bal vanuit de hand uittrapt, biedt geen enkele voetballende meerwaarde. KFC Moerbeke biedt de tegenstanders ook de kans om van achteruit op te bouwen. Druk zetten op de verdediging van de tegenstanders bij de categorieën U6 tot en met U11 is uit den boze.
- Bij de jeugdploegen van KFC Moerbeke streven onze trainers ernaar om minstens één doelpunt meer te scoren dan de tegenpartij. De spelers worden gestimuleerd om aan te vallen en doelpunten te maken. Het zelf incasseren van doelpunten hoort daar bij. Wie aanvallend speelt, krijgt ook wel doelpunten binnen. Kinderen moeten plezier beleven aan het spel. Wat is plezanter dan een doelpunt maken?
- Bij de onderbouw van KFC Moerbeke worden de spelers gestimuleerd om acties te maken. Kinderen van die leeftijd moeten leren om te dribbelen. Passen geven zullen ze in hun latere voetbalcarrière nog genoeg moeten doen. Door zelf een actie te maken, leert het kind zoeken naar oplossingen. In het leerproces leren we onze spelers eerst dribbelen en pas in een later stadium integreren we de medespeler en leggen we het accent op de korte passing.
Spelsysteem & veldbezetting
Afhankelijk van de leeftijdscategorie opteert KFC Moerbeke bij de jeugd voor volgende veldbezettingen:
- U6 / U7 / U8 / U9 (K+4 / 4 +K): ruitvorm volgens het “vliegtuigje” à doelman, staart, linker- en rechtervleugel, piloot.
- U10 en U11: dubbele ruit: doelman, rechter- en linkerflankverdediger, centrale verdediger, centrale middenvelder, rechter- en linkerflankaanvaller, centrumaanvaller.
- Vanaf U13: 1-4-3-3-spelsysteem
9
11 7
10
8 6
5 4 3 2
1
Basistaken bij balbezit:
Positie 1:
- bij balbezit positie op de 16 m-lijn
- snelheid in opbouw
- bij inspelen 3 of 4 meelopen in de richting van de bal
- snelheid in de opbouw
Positie 2 en 5:
- bij opbouw diep en breed uitlopen
- ruimte houden voor diepe bal naar 7 of 11
- voor 3 en 4 blijven
- opbouw zoeken naar 9
Positie 3 en 4:
- centrum bemannen
- naast elkaar in de opbouw
- coachen van medespelers
Positie 6 en 8:
- ruimte maken voor diepe bal
- altijd achter de bal aanbieden
- ruimte maken voor 10
- in centrum spelen
Positie 7 en 11:
- veld breed en diep maken of houden
- bal aan de buitenkant aannemen
- vooractie maken achter rug tegenstander
- actie naar goal gericht
- kaatsen met 10
Positie 9:
- diep aanspeelbaar zijn
- vooractie maken om aanspeelbaar te zijn
- doelgerichte actie maken
- communiceren met 10
Positie 10 :
- ruimte maken voor de diepe bal
- kaats aangaan met 9
- moment van kaats kiezen
- ruimte achter 9 bespelen
Basistaken bij balverlies:
Positie 1:
- bij balbezit tegenpartij op middenlijn 16m gaan staan
- coachen van 2 en 5
Positie 2 en 5:
- verantwoordelijk voor (ruimte)dekking
- rugdekking 3 en 4 geven
- naar binnenkomen bij bal aan de overkant
Positie 3 en 4:
- oppakken diepe spits
- coachen team
- instappen als 6 en 8 uitgeschakeld zijn
- altijd in centrum zijn
- rugdekking 2 en 5 verlenen
Positie 6 en 8:
- in het centrum de gevaarlijkste man oppakken
- schuin achter elkaar spelen
- controlerend spelen
- modereren ( bepalen welke speelvlaktes er gebruikt worden)
Positie 7 en 11:
- naar binnen komen als de bal aan de andere kant is
- recht op de man met de bal lopen
- lange bal eruit halen, moment van storen kiezen
Positie 9:
- recht op de man met de bal lopen
- lange bal eruit halen
- opjagen
Positie 10:
- lange bal eruit halen
- ruimte achter 9 bespelen
- zorgen dat de tweede of derde bal wordt gewonnen
Zonevoetbal
Alle jeugdploegen zullen een systeem spelen, gebaseerd op het “zonevoetbal”. Achteraan opteren we voor een lijnverdediging zonder libero. Dit impliceert dat alles in functie van de bal gebeurt en niet van de rechtstreekse tegenstrever en dat de spelers de ruimte kunnen bespelen. Tevens betekent dit dat er minder nutteloze inspanningen gebeuren.
De tegenstander wordt niet blind gevolgd. Het systeem legt meer de nadruk op verzorgd combinatievoetbal dan op kracht en werkvoetbal. Theoretische benadering van spelsysteem:
A) Verdedigend
Volledig gebaseerd op het zonespel. We werken in de opbouw in twee fasen:
- terugplooien en de tegenstrever opvangen
- hoog spelen op één lijn met pressie op de bal en wegnemen ruimte bij lange bal
Praktische uitwerking van het spelsysteem:
1) VOLLEDIGE PLOEG:
- Alle te verdedigen zones zijn bezet.
- Alles gebeurt in functie van de bal:
► verdedigend toeslaan wanneer de bal los van de tegenstrever is
► geen onnodige tackles ( slechts bij 100% zekerheid)
► de speler aan de bal verplichten van ongevaarlijke laterale passen te geven of te passen naar de zwakste speler.
- Met de tegenstrever zonder bal wordt ook rekening gehouden door de speelhoek af te sluiten:
► een goede anticipatie zorgt voor veel intercepties van de bal
- Niet werkende vleugel schuift naar binnen, zowel middenveld als verdediging
- Het onderling coachen is van levensbelang:
►wie valt balbezitter aan,
► wie geeft dekking,
► wie neemt over.
► Het coachen door de keeper en de centrale verdediger primeert.
Eerste fase:
- de ploeg plooit terug,
- verkleint de ruimte en valt de speler met de bal aan vanaf de middenlijn
- spitsen nemen positie in zodanig dat de tegenstander in de opbouw naar de flanken geduwd wordt
- de tegenstander uit de 16m houden
Tweede fase:
- de ploeg speelt hoog
- met verdedigende linie en middenveld kort bij elkaar als één blok en met een doelman die voor zijn doel speelt;
- pressie op de balbezitter als de bal zich op de flank bevindt
- wegnemen van ruimte achter de verdediging bij lange ballen
2) VERDEDIGING:
- Doelman verhindert kansen door zo ver mogelijk voor doel te spelen met het oog op het intercepteren van dieptepassen.
- Iedere verdediger verdedigt zijn zone met onderlinge dekking.
- Niet-werkende vleugel komt naar binnen.
- Flankverdedigers verdedigen de flank en dwingen de aanval naar binnen verder te zetten wanneer er voldoende dekking is. In plaats van te trachten de aanval af te breken door de bal buiten te tackelen, dwingt men de tegenstrever in een situatie waar de balrecuperatie in het spel kan gebeuren en onmiddellijk een tegenaanval kan worden opgezet. Daarnaast is een voorzet van op de flank moeilijker te verdedigen dan een speler die binnendoor komt, waar er voldoende dekking is.
- Zich vooral richten op de 2e of 3e pas van de tegenstrever om die te onderscheppen.
- Wanneer de tegenstander met 2 centrale spitsen speelt, geven de flankverdedigers rugdekking aan de centrale spelers.
- Geen onnodige overtredingen rond het 16m gebied.
- Indien in de aanval: dicht bij de middenlijn en kort aansluiten bij de verdediging, systematisch buitenspel, meewerken in de pressie, ruimte wegnemen achter de verdediging bij lange bal door wegvluchten op eigen helft met onderlinge dekking.
3) MIDDENVELD:
- Speler dichtst bij de bal solliciteert de balbezitter, indien mogelijk voor hij de bal kan aannemen waardoor hij onder druk moet spelen.
- Glijdende dekking, niet-werkende vleugel komt naar binnen.
- Flankverdedigers sluiten flank af om verre bal te voorkomen.
- Zich niet laten uitspelen: slechts interceptie of tackle bij 100% zekerheid.
- Pressie op de balbezitter, bij voorkeur naar de flanken toe.
- In één blok met de verdediging spelen.
4) AANVAL:
- Eerste stoorzender.
- Inspanningen goed inschatten, niet alleen op de bal jagen.
- Onderling contact houden, positie kiezen in functie van elkaar.
- Axiale opstelling om aanval naar de flanken te duwen.
B) Aanvallend
Hier onderscheiden we twee fasen:
a) gevarieerd flankspel:
- Insnijdbewegingen in combinatie met verrassende dieptepassen.
- Dit betekent geenszins traag spel, integendeel: balvastheid, snelheid van uitvoering en een goede panoramische visie zijn de hoekstenen van de aanvallende automatismen.
b) hoog spel:
- Snel spel op korte ruimte.
- Individuele en collectieve penetratie gebaseerd op deelaspecten van de aanvallende automatismen ( bv 1-2-beweging).
Praktische uitwerking van het spelsysteem:
1) VOLLEDIGE PLOEG:
- Kort combinatiespel langs de grond; lange bal slechts verantwoord bij moeilijkheden achteraan of bij het aanspelen vanuit de verdediging van één van de twee spitsen.
- Spel zo breed mogelijk houden.
- Gevarieerd flankenspel: opkomende flankverdedigers, naar binnenkomende flankmiddenvelders met buitenom gaan van centrale middenvelders.
- Spitsen gaan open om axiale en diagonale insnijdbewegingen mogelijk te maken.
- Efficiënte bezetting van waarheidszone van de tegenstrever: eerste paal, tweede paal en 16 meterlijn.
- Medespelers op de goede voet aanspelen.
- Taakovername en rugdekking bij inschuivende medespeler.
- Verleggen van het spel.
- Onderlinge afstanden van de linies respecteren met een goede afwisseling van lateraal-dieptespel.
2) VERDEDIGING:
- Doelman gebruiken bij verleggen van het spel (= terugspeelbal).
- Maximaal breed open.
- Zuivere passing: geen risico op balverlies.
- Ruimte goed benutten ten opzichte van de spitsen van de tegenstrever.
- Snel verplaatsen van het spel en op het gepaste ogenblik in de diepte via middenveld of loshakende spits.
- Elkaar goed coachen.
- Bij balbezit op andere helft, zoveel mogelijk verdedigend denken, dit in functie van mogelijk balverlies.
3) MIDDENVELD:
- Vrijlopen voor pas vanuit de verdediging of steunen van de aanvallers.
- Niet op één lijn gaan spelen.
- Bij uitschakelen van tegenstrever tempo verhogen.
- Spel verleggen via tussenstations: geen balverlies.
- Het gepaste moment kiezen om in de diepte te spelen.
- Foute laterale pas absoluut vermijden, daarom steeds de bal schuin vooruit of schuin achteruit spelen zodat dekking steeds gewaarborgd is.
- Spelers die niet aan de actie deelnemen, denken steeds verdedigend.
- Bij doorbraak flankspeler tracht de meest offensieve centrale middenvelder ter hoogte van de 16 meterlijn te komen.
4) AANVAL:
- Vooractie maken.
- Loshaken voor pass vanuit de verdediging.
- Breed opengaan om insnijdbewegingen mogelijk te maken.
- Bij doorbraak van flankspeler eerste én tweede paal bezetten (meestal via een wisselbeweging).
- Onderlinge samenwerking is belangrijk: aanvoelen wanneer de ene komt en de andere gaat en de ruimte benutten die vrij komt.
- Risico durven nemen: individuele actie naar doel.